<br />
<b>Warning</b>:  Parameter 1 to NP_WYSIWYG_RTE::event_PreSendContentType() expected to be a reference, value given in <b>/home/endoria/perdric/public_html/weblog/nucleus/libs/MANAGER.php</b> on line <b>331</b><br />
<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-15"?>
<rss version="2.0">
  <channel>
    <title>Henk Abma</title>
    <link>http://www.canteperdric.nl/weblog/</link>
    <description></description>
    <language>en-us</language>           
    <generator>Nucleus CMS v3.23</generator>
    <copyright>©</copyright>             
    <category>Weblog</category>
    <docs>http://backend.userland.com/rss</docs>
    <image>
      <url>http://www.canteperdric.nl/weblog//nucleus/nucleus2.gif</url>
      <title>Henk Abma</title>
      <link>http://www.canteperdric.nl/weblog/</link>
    </image>
    <item>
 <title>Lopen over negenduizend eieren</title>
 <link>http://www.canteperdric.nl/weblog/index.php?itemid=17</link>
<description><![CDATA[<b><span style="font-size: 18pt;"><o:p></o:p></span></b>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right;" align="right"><span style="font-style: italic;"><span style="font-size: 10pt;"><o:p><br /></o:p></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right;" align="right"><span style=""><span style="font-style: italic;"><span style="font-size: 10pt;">Nog even en hij is een paar minuten zendtijd op een videoband,<br />zendtijd uit het verleden. Meer niet.<br /><o:p>&nbsp;</o:p><br />Hij geeft de hoop niet op, hij weet niet hoe dat moet.<o:p></o:p></span></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right;" align="right"><span style=""><span style="font-size: 10pt;">Arnon Grunberg,</span><br /><span style="font-style: italic;"><span style="font-size: 10pt;">De asielzoeker</span></span><span style="font-size: 10pt;">, 2003,p 339 en 7<b> <o:p></o:p></b></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;"><span style="font-size: 8pt;"><span style="color: red;"><o:p></o:p></span></span>Sinds ik van eredienstvaardigheid ontslagen ben, zijn er programma's als <span style="font-style: italic;">Boeken, Buitenhof</span>en <span style="font-style: italic;">Het vermoeden, </span>en ook dáár is het zondagmorgen: mensen mogen uitpraten. Bij de IKON gaat het over geloof of wat daar nog van over is. Door haar terughoudende manier van vragen, geeft Annemiek Schrijver mensen de ruimte waarin zij zich veilig weten, en natuurlijk loop je dan het risico op oeverloos geneuzel, maar het is ook vaak hoogst boeiend.</p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Toen werd het programma ineens gepresenteerd vanuit het oude kerkje van K, mijn eerste en enige gemeente [1976-2003]. Na mijn abrupte vertrek ben ik er nooit meer terug geweest, integendeel: ik sjouwde een paar jaar zoveel stenen voor ons Franse huis dat ik 's avonds te moe was om na te denken. En dat hielp, langzaam ebde de pijn weg. Tot de vertrouwde plek als een <span style="font-style: italic;">tableau vivant</span> op de muur in Frankrijk verscheen: de ophaalbrug, het tot vervelens toe geschilderde silhouet, het interieur, zoveel hoeken en gaten waaruit herinneringen opduiken, zich mengen in het vraaggesprek of ondergronds gaan om 's nachts in je rond te spoken. Daarmee schoot wellicht ook een prop los. </p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;"><span style="color: blue;"><o:p></o:p></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size: 10pt;"><br /><br /></span></p>
<div class="itembody"></div>
<p>
</p><div class="itembody">
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Als student restaureerde ik tussen tentamens door antieke klokken, die ik bij mijn buurman in Zeist ruilde tegen meubels. Ik bewonderde zijn ambachtelijke manier van werken, ook de bewoners van Drakesteyn wisten hem in die tijd te vinden. Een gesloopt brugdek werd tafel, belandde uiteindelijk in de gerfkamer van het oude kerkje en wordt nu op al deze vermoedens onthaald. De geur van au bain-marie verwarmde beenderenlijm en die van hout dat onder oude beitels en schaven vandaan krult, gaan iets aan met het lijnenspel van Marlies Dekkers. Als praatstoelen herken ik de twee foeilelijke armstoelen, old finish dat ik al die jaren buiten beeld probeerde te houden, maar het was een ongelijke strijd, want tante Betje had ze aan de kerk vermáákt en in de rugleuning prijkt het gemeentewapen van K. </p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Prominent in beeld ook het knutselwerk waar protestante kerken patent op hebben. Een plomp eiken onderstel dat een 'koperen scheerbakje' draagt en is opgeleukt met de 17<sup>e</sup> eeuwse koperen boog, die ooit een doophek sierde. Het doet pijn aan je ogen, reden waarom ik nooit dienst deed zonder het geval eerst terzijde te schuiven, liefst met een lap erover zoals je een papagaai het spreken belet. Vaste bezoekers gunden mij dit gesleep als een persoonlijke afwijking of zoals ze in Frankrijk dit gedrag zo mooi betitelen: <span style="font-style: italic;">enculer des mouches,</span> liefst: <span style="font-style: italic;">en plein vol</span>. Zó lastig is het om duidelijk te maken wat glashelder is: vormeloosheid maakt elk symbool sprakeloos, taal en teken van de liturgie verpieteren. Bij de IKON is het bekken tot de rand met water gevuld. Ik begrijp natuurlijk wel, dat de spiegeling van het water een filmisch effect oplevert, maar toch: stilstaand water past in het rijtje van verschaald bier en verzuurde wijn. De spaarzame keren dat er gedoopt werd, droegen kinderen het water aan om het klaterend uit te gieten, want er is nu eenmaal verschil tussen doopwater en h2o. Is dat boter aan de galg? De hang naar een zinsverband dat allang niet meer bestaat? In de buitenmuur op het noorden zijn sporen zichtbaar van een laag, nu dichtgemetseld deurtje uit de middeleeuwen. Bij elke doop ging het op een kier om satan gelegenheid te geven het pand te verlaten. Als je de spelregels moderniseert, is de lol er af.</p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Bij het nalezen van het bovenstaande viel me op hoe lichamelijk er gekeken wordt. Echte liturgie staat of valt daarmee, is een feest voor de zintuigen. Ik heb me dat in K mede eigen gemaakt dankzij tien exposities voor blinden en slechtzienden. Bij laatstgenoemden dachten we niet aan oogproblemen maar aan mensen die van blinden beter kunnen leren kijken. <span style="font-style: italic;">Handing on culture, </span>of <span style="font-style: italic;">zoals een blinde</span> volgens Gerrit Kouwenaar:<br />&#65533;..niet ziet<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; wat men zegt dat er is<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; maar zegt wat hij tast en betwijfelt.<br />Kijken met je handen. De titels van exposities getuigden daarvan: <span style="font-style: italic;">Aanraken geboden, Nocturnen, Bambuso Sonoro, Zin, zin, zinnebeeld, </span>en de laatste:<span style="font-style: italic;"> Verdwenen geuren en geluiden als associatieve dragers van herinnering.</span> Bij protestanten gaat het meestal alleen om de preek, de rest is voor- en naspoelen. Ze bewonen alleen de bovenkamer; een verknipt mensbeeld zoals dat van de couturier Frank Govers, die over zijn one-night-stands ooit zei: &#65533;ik gebruik alleen de onderkant&#65533;. </p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Jules de Corte opende in 1987 de eerste expositie die haaks stond op de museumetiquette: <span style="font-style: italic;">Aanraken geboden. </span>Vincent Bijlo hield één van z&#65533;n eerste conferences. De blinde dominee Lex Grandia gidste van jaar tot jaar honderden bezoekers langs de kunstwerken. Er waren symposia met Oost-Europese kunstenaars, die al veel eerder in blinden hun bondgenoten hadden herkent. We ontdekten de sensuele kunstwerken van de blinde fotograaf Eugen Bavcar. De Engelse theoloog John Hull opende de tentoonstelling die geďnspireerd was door <span style="font-style: italic;">Touching the rock</span>, het boek waarin hij zijn onomkeerbare weg in het duister beschrijft [Londen, 1991; met een voorwoord van Oliver Sacks; bij die gelegenheid ook vertaald: <span style="font-style: italic;">De dagen worden wel kouder maar niet korter</span> 1992].<br />De dag waarop een decorbouwer van het Shaffy-theater over de hele breedte van de kerk <span style="font-style: italic;">Rideau d&#65533;Os </span>van Marina Abramovic had opgehangen: <span style="font-style: italic;">Grey, grey is the sky! Are you riding a jade dragon in the void? </span>Een rinkelend gordijn van honderden koeienbotten uit een Argentijns slachthuis. Toen ik &#65533;s avonds nog even ging kijken, was dat net op tijd om de stalen buis die het geheel torste, langzaam te zien doorbuigen terwijl de botten ruisend omlaag kwamen. Dit wonderschone geluid heeft Ezechiël gehoord toen hij in een visioen het samenkomen van de dorre doodsbeenderen schouwde.<o:p></o:p><br />De zijdeur in het koor wordt omlijst door eiken restanten van een koorhek, die tijdens de in 1974 voltooide restauratie werden teruggevonden in de klokkentoren. Omrankt door motieven uit de Italiaanse renaissance is er het jaartal 1534, en het meest bijzonder: forse bijlen hebben er tijdens de beeldenstorm stevig op in gehakt. Daar bleef het niet bij, - ook onze exposities kregen geweld te verduren. Ik denk aan de anonieme man die het beeld van de Poolse kunstenaar Marek Sulek aan flarden sneed, wegvluchtte over de ophaalbrug en landelijk bekend werd als &#65533;de kale vandaal op klompen.&#65533; Eerder werden beelden van Adri de Fluiter in brand gestoken, terwijl de kunststofbloemen van Tineke van Veen &#65533;s nachts van hun sokkels werden gelicht om in de tuin van het gemeentehuis te worden aangeplant, waarna het Brabants Dagblad op de voorpagina kopte: <span style="font-style: italic;">dominee en burgemeester op de vuist</span>. Leo Vroegindewei poetste als Nijhoffs <span style="font-style: italic;">werkvrouw </span>de 17<sup>e</sup> eeuwse koperen kroonluchters smetteloos en legde ze op de vloer: ditmaal zouden de lichtdragers niet buiten het bereik van blinden blijven. Tijdens een kort geding werd het conceptuele idee weggehoond als het treiteren van de onvermijdelijk diep gekwetste dorpelingen. <span style="color: black;">Later muntte de</span> kunstenaar in een tekst over kunst in de openbare ruimte het woord <span style="font-style: italic;">hufterproof.</span>&nbsp;<span>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br /></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Terug naar <span style="font-style: italic;">Het Vermoeden, </span>waarin ik Cees den Heijer, een gereformeerde professor in detraditie van Kuitert en Wiersinga, hoorde pleiten voor een kerk waarin het kruis minder centraal zou staan. Op dat moment ontrolde zich opnieuw de brede loper van ruim negenduizend eieren, waarmee ik in 1996 zelf &#65533; even beslist als bescheiden onder pseudoniem &#65533; bijdroeg aan de verdwenen geuren en geluiden. Al die eieren: elke zaterdagavond terug in de rekjes om zodra de confessionele nevendienst was afgelopen weer te worden uitgelegd&#65533; Het strakke ritme van oneindige kwetsbaarheid op de grijze, hardstenen zerken oogde subliem. <span style="font-style: italic;">Mors et vita duello conflixere mirando, - </span>regel uit een middeleeuws paaslied over een conflict op leven en dood. Wie links langs de eieren liep, hoorde de kinderstem waarmee Connie Palmen herinneringen aan haar eerste communie ophaalt; rechts, die van dominee Gremdaat over de samenhang van doop en belijdenis. Ruimte waarin je eigenlijk altijd op eieren loopt. En helemaal achterin: op het altaar, <span style="color: black;">een crucifix; een in zink afgegoten Jezus die precies blijkt te passen op zo&#65533;n kurkentrekker</span> met zwaaiarmen, waarna het handvat een aureool lijkt. In braille een regel van Rutger Kopland: <span style="font-style: italic;">je kon wel zien dat het zo niet meer ging. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Op de grens van koor en schip: de preekstoel, een echte houten broek uit het laatste kwart van de 17<sup>e</sup> eeuw. Ik heb er zo&#65533;n duizend keer, een uitleg verzorgd. Bij een gemiddelde van twintig minuten kom ik op 333 uur, halverwege het getal van het beest. Schakel in een keten van 31 namen sinds de reformatie, verdeeld over de vijf predikantenborden. Eén van hen kreeg zoveel beroepen dat hij een half bord in beslag neemt: C.C. Callenbach. Bij zijn komst werden hem de handen opgelegd door de dichter Bilderdijk. Kort na zijn intrede huwde hij met Catharina Hendrica Meerburg, zus van George Frans Gezelle Meerburg. Uit dit huwelijk werden zeventien kinderen geboren. Uit de wijde omtrek kwamen mensen deze stem van <span style="font-style: italic;">Het Reveil </span>beluisteren, niettemin zagen de regenten hem graag overgeplaatst naar een omgeving waar hij minder kwaad kon, omdat hij er in het gebed op had aangedrongen dat ook &#65533;de Koning zich mogt bekeren.&#65533; In 1928 vertrok hij naar Nijkerk, waar zijn kinderen later de uitgeverij begonnen.</p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">In 1981 stond Geert van Oorschot met zijn flambard op de preekstoel om een van de eerste exposities van Kunst aan de Dijk te openen: <span style="font-style: italic;">Nescio uit de doeken</span>. Ansichten, aantekeningen uit het natuurdagboek, handschriften, drukgeschiedenis en schilderijen uit de nabloei van de Haagse School: plekken zoals Nescio ze gezien en beschreven had: <span style="font-style: italic;">&#65533;Dit jaar kom ik nog al weer eens in Kortenhoef en sta dan op &#65533;t kerkhofje, opzij van de kerk en kijk over &#65533;t land naar den rand van het Gooi en den toren van Hilversum. Een laatste klaproosje ging verleden week heen en weer op een zuchtje wind. In &#65533;t kromme perenboompje kregen de peertjes al wat kleur. Het is dan weer het begin van de eeuw. Het Leven heeft mij Goddank, bijna niets geleerd. &#65533;Het leven heeft me veel geleerd&#65533;, zegt de oue sok.&#65533; </span>In de uitspanning Het Rechthuis tegenover het kerkje schreef hij aan het onvoltooid gebleven vervolg op Titaantjes: Kortenhoef. </p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Sinds 1987 is er eenmaal per maand op zondagmorgen geen kerkdienst maar een nesciolezing annex koffieconcert: een hommage aan de schrijver, maar ook een zekere voorliefde voor de <span style="color: black;">werkwoordsvorm,</span> afstand van een al te leerstellige traditie. Het begin ook van een hoogstaand programma van kamermuziek, cantates en polyfone kerkmuziek. Het geheim? Achter de pastorie staat een tuinhuis. Musici uit de grote omroeporkesten met huwelijksproblemen vonden hier een tijdelijk onderdak waar ze zonder overlast voor buren konden repeteren. Het huisje stond nooit leeg, - we verhuurden, ook voor CD-opnamen, conform de papoea-economie: altijd met gesloten beurs: zij de ruimte, wij de muziek.<br />Ook P.C. Kuiper, de gevierde hoogleraar psychiatrie die zelf in een inrichting belandde en er een boekje over schreef dat een bestseller werd: <span style="font-style: italic;">Ver heen, </span>beklom deze preekstoel om de expositie te openen van schilderijen die hij in deze periode gemaakt had. Kuiper was een schoonzoon van de bekende theoloog K.H. Miskotte. Hij was opgegroeid in Baarn, waar hij catechisatie kreeg van de al even vermaarde gereformeerde bondsdominee I. Kievit. Ergens in een la met curiositeiten vond ik een brochure met een even vermakelijke als nu onmogelijkecombinatie van referaten voor predikanten op de titelpagina: ds I. Kievit, <span style="font-style: italic;">Over het krijgen van texten </span>en P.C. Kuiper, kand. psych. <span style="font-style: italic;">Over hallucinaties</span>.<br />Een jaar eerder stond Dimitri Frenkel Frank op de preekstoel om te vertellen hoe hij zich tijdens het schilderen kon ontspannen: <span style="font-style: italic;">&#65533;hoe vreemd het op deze plaats ook klinkt, wat de regels van perspectief en kleurstelling betreft, trek ik me van God noch gebod iets aan&#65533;&#65533;</span>Precies op dat moment zakte hij in elkaar. Reanimatie mocht niet meer baten. Even snel als de eerste hulp arriveerden de paparazzi om de tragische gebeurtenis vast te leggen. Maar zo gewonnen, zo geronnen, want de eveneens in allerijl opgetrommelde mannetjesputters rukten de filmpjes stuk voor stuk uit de camera&#65533;s. Sindsdien werd het lastig om in het winkelcentrumaffiches op te hangen. &#65533;Neen, ik heb niks met de kerk, maar zoveel is wel duidelijk: in dat oude kerkje, daar deugt iets niet.&#65533; Onkerkelijkheid doet aan het geloof geen afbreuk, integendeel.<o:p><br /></o:p></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Esthetische kwesties heb ik zonder uitzondering verloren. De trouwstoelen kwamen reeds ter sprake, de gordijnen aan weerszijden van de gotische ramen in het koor mogen er ook zijn. Meer onherroepelijk: de ontsierende graven op het smalle strookje grond tussen kerk en dobber. Ze werden daar aangelegd, omdat de gemeente verzuimd had tijdig plannen te maken voor de uitbreiding van het &#65533;vol gelopen&#65533; kerkhof. Ooit dreef een kist bijna letterlijk de dobber in. De doodgraver had niet gezien dat hij dwars door de afvoer van het hemelwater van het kerkdak gespit had. Tijdens de herstelwerkzaamheden &#65533; in grond waarin natuurlijk nogal eens graven &#65533;geruimd&#65533; waren &#65533; riep het zoontje van een ouderling stampvoetend: &#65533;Nu hebben ze me altijd verteld, dat doden naar de hemel gaan, maar nu zie ik het&#65533;&#65533;<br />Eveneens kansloos: de kwestie kanselbijbel. Ook in K ligt een Statenbijbel (1851) op de preekstoel. Na de restauratie schonk de toenmalige predikant een witte kanselbijbel in de nieuwe vertaling. Als een soort tafeltje dekje werd de oude bijbel voorzien van een plastic zeiltje, daarop de witte bijbel en daarop dan meestal het zakbijbeltje en de preek van de dominee in toga, die met zijn brede armgebaren Gods <span style="color: black;">woord aan steeds grotere ezelsoren hielp. Ook de eerbiediging van kaft tot kaft kent grenzen. Na</span>ar analogie van de synagoge, waar de thorarol in een feestelijke optocht uit de kast wordt gehaald om die na gebruik weer op te ruimen, heeft Hans Blankesteyn iets dergelijks geprobeerd door kinderen de met lange leeslinten versierde bijbel in optocht te laten halen en brengen. Op televisie zag ik dat een nis in het koor van glas is voorzien, en daarachter als in een schrijn: het zandstenen pinakeltje van een sacramentshuisje, de zwart gelakte voorzittershamer en de witte bijbel. </p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Televisie vraagt om steeds nieuwe beelden. Soms wordt in <span style="font-style: italic;">Het vermoeden </span>het lezen van een tekst gefilmd door een glas in lood raam. Ook hier riepen de tv-beelden onmiddellijk allerlei andere op. De charme van glas in lood is, dat al die raampjes het licht onder een net iets andere hoek vangen en spiegelen. Eind jaren zeventig werd uit milieuoverwegingen, het sparen van brandstof, besloten om voorzetramen op de buitenmuur te plaatsen. Wind en tocht trokken zich van de maatregel nauwelijks iets aan, ik des te meer:<br />&nbsp;&nbsp; hoekig huis<br />&nbsp;&nbsp; hoog opgetrokken ogen<br />&nbsp;&nbsp; zelfs in je rug<br /><br />&nbsp;&nbsp; gotische ramen<br />&nbsp;&nbsp; zeven de glans<br />&nbsp;&nbsp; van je innerlijk licht</p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">&nbsp;&nbsp;&nbsp; glas in lood<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; voor elke nuance<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; een fotografisch geheugen</p>
<p class="MsoNormal" style="text-indent: 3cm; text-align: justify;"><br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; wat sta je daar<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; glazig te kijken nu<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; ze jou om energie te sparen<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; met een stalen gezicht<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; een ziekenfondsbril<br />&nbsp;&nbsp;&nbsp; hebben aangemeten.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;"><span style="font-style: italic;">&#65533;De geschiedenis heeft gewild dat de maand mei pas op de vijfde begint. De eerste dagen ervan duren minstens vijf jaar en horen in een ander tijdperk thuis, en dat komt elk jaar in twee minuten roerloosheid ten einde.&#65533; </span>Woorden van A.L. Boom (pseud. Kees Fens) die aan ons besteed waren. Elk jaar was er in mei een expositie: <span style="font-style: italic;">Getekend in Westerbork; Vrijheid in Gevangenschap </span>[Wim de Haan, 1913-1967],<span style="font-style: italic;"> Hedendaagse visies op dood; In ruimte gezet,- over de veranderingen in grafmonumenten; Absalom, Absalom, - ik heb geen zoon om mijn gedachtenis levend te houden, </span>en: <span style="font-style: italic;">&#65533;alsof schaamte hem moest overleven.</span><br />In zo&#65533;n kader schroefde Jenna Tas van drie ramen in het koor het in staal gevatte voorzetraam, om dat met een walmend kaarsje en engelengeduld te beroeten, waarna zij er hebreeuwse letters en kleine tekeningetjes in maakte en de ramen weer op hun plek bevestigde. Het werd de meest indrukwekkende installatie, die ooit in het kerkje te zien was, geďnspireerd door een dichtregel van Paul Celan: <span style="font-style: italic;">Al die namen, al die meeverbrande namen. </span>Het heldere licht, nu gefilterd in sepia.<br />Kerken zijn gebouwd op het oosten, en het koor staat meestal scheef op het schip. Vanaf de toren kun je dat goed zien. Een Oost-Duitse kunsthistoricus vertelde me op die plek: &#65533;es ist das geneigte Haupt Christi.&#65533; Kerken gebouwd op het oosten, zoals de hof van Eden en&#65533; het kerkhof. Uit die richting komen de wijzen, en het licht: de morgen der opstanding. Dat perspectief verduisterde, ging letterlijk in rook op.<br />Bij dit licht werd het triokwintet van Youri Butzko voor het eerst uitgevoerd en op CD gezet. De componist, een jaargenoot van Schnittke, had Auschwitz bezocht en koos als thema voor zijn muziek de omkering van een bekend motief bij Beethoven. Dus niet: Es muss sein, maar: muss es sein? Verder op die cd: Tera de Marez Oyens met drie liederen van haar man, een overlevende van Auschwitz: Menachem Arnoni, en <span style="font-style: italic;">Charon&#65533;s gift, </span>een stuk voor tape en piano, dat zij schreef nadat haar man geprobeerd had om suďcide te plegen.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: justify;">Wat kan er wel en niet in een kerk? Over die vraag valt in K de slagschaduw van een jarenlang en bitter gevecht. Voor de orthodoxie hield het na de preek letterlijk op. Deze tekst spiegelt andere inzichten, maar zeker geen ongevoeligheid. In het koor ligt, herkenbaar aan de vijf naar Jezus&#65533; wonden verwijzende wijdingskruisjes, de altaarsteen, die waarschijnlijk tijdens de reformatie verwijderd is. In de achttiende eeuw werd de steen gerecycled tot grafsteen van Johanna Wigmans. Bij de restauratie plaatste men op de fundamenten van het oude altaar een zware marmeren tafel. Na het delen van brood en wijn werden hier brieven getekend voor Amnesty, Charta &#65533;77, aan Brian Wilson, Vietnam veteraan, die een wapentransport naar Midden-Amerika wilde tegenhouden en daarvoor moest betalen met twee benen; aan Gorbatsjov: <span style="font-style: italic;">tegen de sceptici die in de lente kans zien om groene loten grijs te verven</span>; aan de dominee die Erich Honecker tijdelijk in huis nam. Hier werden in 1983 de twee spandoeken geschilderd voor de grote demonstratie tegen kernwapens: <span style="font-style: italic;">waarom zouden wij een stier aanbidden / als het lam is in ons midden</span> (Tom Naastepad). Aan deze plek vermaakte het Amsterdamse Februari collectief een modern heiligenbeeld: een soldaat die documenten in het vuur werpt, omgeven door de portretten van de vier vermoorde Ikon journalisten. Wat kan er wel en niet op deze plek? Over het bronzen beeld van een zwangere vrouw op deze plek werd stevig gediscussieerd. Verheerlijking van vruchtbaarheid of daaraan voorbij: verwachting, immers: welke mens wordt in deze kring verwekt? Wat kan er wel en niet? Geen wijnglazen, laat staan asbakken. Tafeltennis kon volgens Frits Mehrtens ook niet: &#65533;Niet omdat de plek daarvoor te heilig is, maar omdat de maten niet geëigend zijn.&#65533; En Ferdinand Borger, tijdens de Ikon opnamen in kleermakerszit op het altaar? Ik voelde me ongemakkelijk. En de strenge christelijkheid van weleer? Nu het gevaar geweken is en zij zelf de huurpenningen innen, is het geweten kennelijk ruimer, mogelijk zelfs verlicht.<o:p><br /></o:p></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right;" align="right">Lauraët, 10 XII 2006</p></div>]]></description>
 <category>newcat1</category>
<comments>http://www.canteperdric.nl/weblog/index.php?itemid=17</comments>
 <pubDate>Sun, 25 Feb 2007 13:13:55 +0100</pubDate>
</item><item>
 <title>afgunst</title>
 <link>http://www.canteperdric.nl/weblog/index.php?itemid=12</link>
<description><![CDATA[<b><span style="FONT-SIZE: 10pt"><img title=parl3.bmp style="WIDTH: 418px; HEIGHT: 311px" alt=parl3.bmp src="/weblog/media/parl3.bmp" /><br />een kinderziekte die zelfs de Eeuwige niet vreemd is<o:p></o:p></span></b> 
<p class=MsoNormal><b><span style="FONT-SIZE: 10pt"><span style="FONT-VARIANT: small-caps"><o:p></o:p></span></span></b></p><span style="FONT-SIZE: 12pt; FONT-FAMILY: 'Times New Roman'">Ooit hingen uit de galmgaten van de toren in K zes reusachtige collectezakken, waaruit geluiden opklonken van alles wat God verboden heeft. Roeren in een lobbige saus, het decanteren van wijn; iemand die heftig klaarkomt, op de achtergrond: het Urker mannenkoor; Antoine Bodar achterop de scooter bij Doctors van Leeuwen, schnabbelend voor een levensverzekering; minimal music doorsneden met tips uit de nieuwste vrekkenkrant; het aftappen van lui zweet; iemand die z&#8217;n gal spuit en dus nooit een maagzweer zal krijgen. </span>
<div>
<div id=edn1>
<p class=MsoEndnoteText>Nico Parlevliet, <span style="font-style: italic;">Secreta Caduca, </span>in het kader van de expositie <span style="font-style: italic;">zin, zin, zinnebeeld, </span>stichting Collage, oude kerkje Kortenhoef, 1995</p></div></div>
<div class=itembody></div>
<p><p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Ziedaar zes van de zeven hoofdzonden in cryptogram. Wie er geen zwak voor heeft, weet niet wat hij mist. Mozes noemde het: de genietingen der zonde (Hebr. 11, 25). Alleen de zevende ondeugd ontbreekt, en in tegenstelling tot alle andere is afgunst bepaald geen lolletje, het brengt niets dan zure eenzaamheid.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">In de Darwinistische biologie mikt jaloezie - vooral naarmate het grootbrengen van de kleintjes meer energie vergt - op het veilig stellen van de genetische kenmerken: geen ondergeschoven kindjes. Vandaar ook het omgekeerde: zodra het leiderschap tekenen van zwakte vertoont, worden direct de jongen doorgebeten: de melkproductie stopt, de eisprong komt op gang, het vrouwtje staat open voor een nieuwe minnaar. Types zonder zelfvertrouwen vluchten in travestie om op onbewaakte momenten hun slag te kunnen slaan. Hoe herkenbaar ook: de trend in de glossy pulpbladen om jaloezie te bestempelen tot een bruikbaar instrument om een relatie heel te houden, wil toch zeggen, dat de lamme wordt aangewezen op de blinde.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Afgunst is de onmacht om te genieten van andermans geluk. Willen hebben wat een ander heeft, het laatste gebod als de kern en samenvatting van de tien woorden. René Girard noemde het mimetische begeerte, wijdde zijn hele oeuvre aan deze kringloop van geweld, en dan vooral: hoe je die zou kunnen doorbreken. Immers, afgunst, jaloezie, naijver: geen mens die er aan ontkomt. Alleen de liefde wil er volgens Paulus niet van weten (<st1:metricconverter w:st="on" productid="1 C">1 C</st1:metricconverter> 13,4). Jaloezie gaat etymologische terug op het Griekse &#950;&#951;&#955;&#959;&#974;, en daarmee herkennen we de eerste terroristische aanslagen van de Zeloten: ijveraars voor de Heer, zij het (alweer volgens Paulus) meestal zonder verstand (Rom. 10,2). Ook het hebreeuwse werkwoord <span lang=HE dir=rtl>&#1511;&#1504;&#1488;</span>nestelde zich in onze taal als: qin&#8217;asin&#8217;a &#8211; kinnesinne, de kift.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Afgunst, geen mens die eraan ontkomt, zelfs de Eeuwige is er niet vrij van: dermate jaloers dat hij de gebreken der vaderen bezoekt aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht (Ex. 20,5). Het lijkt op weinig proportioneel geweld, maar het betekent gewoon: jouw keuzes hebben gevolgen voor je omgeving, exact het aantal generaties dat het in een nomadentent met elkaar moet zien te rooien. De ellende is daarom te overzien: de thora is geen Noorse roman waarin de goden eeuwig met hun maaksel twisten: hele geslachten voor altijd met een vloek geslagen.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">En toch, kinderziekten zijn ook deze naijverige God niet vreemd. Wat mij betreft ligt het breekpunt daar waar JHWH en Allah, David en Bin Laden in elkaars spraakwaterverf door elkaar gaan lopen. De Eeuwige houdt nauwlettend in de gaten wie hem liefhebben of haten, en maakt op die manier ook school: ijverende discipelen. Ze gaan gekleed in wraak(Jes. 59,17), verterend (Ps 69,10) als een vuurbrand (Ps 79,5), als de schrik der hel (Hgl 8,6) gaan zijn rond om leden te ronselen (2 Cor 9,2). Volgens dit ideologische schema zou schisma tussen synagoge en kerk geheeld kunnen worden doordat de laatste de eerste tot jaloersheid verwekt (Deut. 10,19, Rom. 11,11). Het heeft er nooit naar uitgezien, integendeel. Maar ook afgezien daarvan kun je je afvragen hoe zo&#8217;n model überhaupt zou moeten werken: de jongste, die het <span style="font-style: italic;">ten koste van</span> de oudste broer helemaal gaat maken en daarmee de achtergestelde tot inkeer te brengt...<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Maar dit zijn peanuts bij hetgeen de bijbel ons op het thema naijver nog meer te bieden heeft. Pinechas, een kleinzoon van Aäron is een ijveraar van het eerste uur. Het gruwelverhaal staat in Numeri 25. Israël geeft zich af met vreemde vrouwen. Eerst worden er wat stamhoofden opgehangen. Onder de toeschouwers, prominent op de eerste rij: de Eeuwige, die hierdoor enigszins lijkt te kalmeren. Vervolgens is er sprake van een koppel dat het laatste nieuws kennelijk gemist heeft. Genoemde Pinechas jaagt ze na tot in de slaapkamer en rijgt z&#8217;n speer als de wreedste van alle piercings door hun geslachtsdelen. Ook als het totale aantal van 24000 slachtoffers is ingegeven door symbolisch gegoochel met cijfers is het pijnlijk om te lezen dat zulke <span style="font-style: italic;">slachtpartijen</span> zoiets als <span style="font-style: italic;">verzoening</span> bewerken. Met de bijbel in de hand kun je verschrikkelijk de mist in gaan. In het laatste decennium van de 20<sup>e</sup>eeuw verscheen nog een commentaar op deze tekst waarin het probleem van dit geweld van Albedil niet eens gesignaleerd wordt.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Het wrede optreden van Pinechas was een bron van inspiratie tijdens de Makkabese opstand (1 Mak.1,54, Sirach 45,23-24). Andere ijveraars met bloed aan hun handen zijn Elia, Jehu en Ezra. De joodse traditie oordeelt niet onverdeeld gunstig. De beroemde rabbi Jochanan ben Zakkai zag vanuit Jeruzalem twee wegen: één richting Masada, die uit zou lopen op een collectieve zelfmoord van de Zeloten, de andere richting Jabne: het begin van de rabbijnse traditie, het begin van de uitgestelde betekenis omdat ook de toekomstige lezer en cultuurhorizon daaraan bijdragen, het begin ook van het besef dat het niet kan vriezen of dooien maar dat de thora bestaat uit woorden <span style="font-style: italic;">ten leven.</span><o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Ook in de kerk drijft JHWH, de Barmhartige, om het recht (Anselmus) of de wet (Calvijn) te handhaven, geweld uit met geweld. De Eeuwige als aanjager van de (priester)meute, die in het offer de wraak voltrekt aan een onschuldige, die <span style="font-style: italic;">In the wildernis </span>[een gedicht van de 19 jarige Robert Graves] opduikt als kameraad van Jezus:</p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: center" align=center>Toen liep altijd met hem mee,<br />Op al zijn tochten<br />Kameraad, met geschonden vacht,<br />Vel over been &#8211; arm onschuldig &#8211;<br />Bloedende voeten, brandende keel,<br />De argeloze, jonge zondebok:<br />Veertig dagen en nachten<br />Volgde hij Jezus&#8217; wegen,<br />Hield hij achter hem een zekere wacht,<br />Weende tranen als een minnaar.<o:p> <br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Deze kameraden komen altijd uit de marge. Ze zijn gestoord of anderszins begaafd: homo&#8217;s, heksen, joden en vreemdelingen. Ook René Girard probeerde om in de bijbel een getwijnde draad te ontwarren: die van geweld, en die daarvan weg. Hoeveel op die theorie ook kan worden afgedongen, er is zowel in tenach als in het evangelie een stem, die zegt dat de outcast niet het slachtoffer is van de goden, maar dat de Eeuwige partij kiest voor het slachtoffer en zich dat lot zó letterlijk aantrekt, dat Hij er onderdoor gaat. Terwijl de gevestigde religieuze instituties het spoor bijster raken (Lukas 10,25-37, vgl de soap rond de antisemitische preek van ds Mos), heeft de bedding der geslachten zich verlegd (Ps <st1:metricconverter w:st="on" productid="45,6 LB">45,6 LB</st1:metricconverter>). En daarom: nadat we zoveel decennia de vruchten geplukt hebben van hetgeen Miskotte omschreef als het tegoed van tenach, lijkt het verstandig om op die basis ook de evidente tekorten in kaart te brengen.&nbsp;&nbsp; <o:p><br /></o:p></p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify">Anders gezegd: ik begrijp dat de overheidssubsidie aan de oudste politieke partij van Nederland niet zo schielijk ingetrokken zou zijn als daarmee niet óók een signaal richting islam gegeven zou zijn. En ik begrijp ook dat het niet aangaat om in een literair kunstwerk als de bijbel verhalen tussen haakjes te zetten of van commentaar te voorzien. Maar het zou de kerk wel meer geloofwaardig maken, als zij wat duidelijker afstand nam van de bijbel. Anders gezegd: het aanvaarden van de <span style="font-style: italic;">uitgestelde betekenis</span>. Dat klinkt postmodern, en dat is het ook. En daarom: lang voor het postmodernisme noemde Van Ruler kerk en christen als &#8216;nooit méér dan het karretje waarop het geschreven Woord zich voortbeweegt&#8217; en waarbij het &#8216;kennelijk de bedoeling is dat het zo tot onherkenbaar wordens toe verandert.&#8217;<br /><br /><o:p></o:p>Henk Abma</p>
<p class=MsoNormal style="TEXT-ALIGN: justify"></p>
<div>
<div id=edn1>
<p class=MsoEndnoteText>A.A. van Ruler, Theologie van het apostolaat, z.j. (= 1953) p. 24-25.</p></div></div>
<div class=itembody></div>
<p>]]></description>
 <category>standaard</category>
<comments>http://www.canteperdric.nl/weblog/index.php?itemid=12</comments>
 <pubDate>Sat, 30 Sep 2006 12:57:58 +0200</pubDate>
</item>
  </channel>
</rss>
